Tastbaar Twickel special – upstairs en downstairs
Achter de schermen van het rijke kasteelleven leefde een heel andere wereld: die van ‘downstairs’. In deze special ontdekken we hoe het personeel het kasteel vroeger draaiende hield en hoe dat vandaag de dag gaat, nu er geen personeel meer vast in het kasteel woont.
Ontdek verderIn deze aflevering van Twickel van Binnenuit dalen we af naar het onderhuis en klimmen we naar de allerhoogste torenkamers van het kasteel. Samen met conservator Rob Bloemendal verkennen we de kamer van de eerste huisknecht, staan we stil bij het onmisbare bellenbord en horen we over de strikte hiërarchie die de adel van het personeel scheidde. Rob deelt verhalen over het dagelijkse werk, de angstcultuur onder de baron en de ruzies rond de laatste butler, Herman. Ook vinden we tastbare sporen van het personeel in de nok van het kasteel en ontdekken we waarom er vandaag de dag nog altijd personeel nodig is op Twickel.
"Toen het laatste inwonende personeelslid vertrok, had dat praktische consequenties: we moesten opeens gaan kijken hoe we de deur van buiten openmaakten. Dat was in 500 jaar nog nooit aan de orde geweest, want de deur werd áltijd voor je opengedaan."
Rob Bloemendal - Conservator
Joris van Meel – Presentator
Joris is de stem van Twickel van Binnenuit. Met een nieuwsgierige blik en Nijmeegse tongval neemt hij je mee naar bijzondere plekken op het landgoed. Hij gaat in gesprek met gasten en verbindt verhalen uit het verleden met het Twickel van nu.
Rob Bloemendal – Conservator van Twickel
Rob beheert de indrukwekkende collectie van het landgoed, van schilderijen tot meubels. In de rubriek 'Tastbaar Twickel' vertelt over het verhaal achter bijzondere voorwerpen en geeft inzicht in hoe Twickel zijn erfgoed beschermt en behoudt.
Verdieping & beeld
In elke aflevering lichten we een plek of voorwerp op het landgoed extra uit. Met beeld en verhaal laten we zien wat Twickel zo bijzonder maakt, tot in de details.
Het "onderhuis"
De functionele basis van het kasteel. Waar de kamers boven hoog en licht zijn, kenmerkt het onderhuis zich door lagere plafonds en smallere gangen. De overgang tussen de twee werelden is strikt gemarkeerd: wie een groene, met vilt bekleede deur tegenkwam, wist dat hij zijn eigen zone verliet en de grens naar het privédomein van de ander overstapte.
De personeels "kantine"
De kluis
Op grachtniveau, beveiligd met zware tralies, ligt het sobere appartement van de eerste huisknecht (de butler). Strategisch gepositioneerd naast de zilverkluis. Via een uniek, klein kluisdeurtje in zijn kamer kon de huisknecht na een chic diner direct het gepoetste tafelzilver veilig wegzetten, zonder dat hij zelf toegang had tot de hoofdarkaaf van de kasteeleigenaar.
Het bellebord
Het negentiende-eeuwse communicatiecentrum in het onderhuis. Dit indrukwekkende, dubbele bellebord staat via kilometers aan loodomvatte draden in verbinding met tientallen ruimtes boven. Zodra er boven aan een knop werd getrokken (of dat nu in de biljartkamer of naast het ligbad was) sloeg beneden een nummertje om och moest de bediende in livrei direct naar boven.
De foto van het personeelsdiner (1959)
Toen de barones in 1959 tachtig jaar oud werd, weerspiegelde het onderhuis de festiviteiten van boven. Terwijl upstairs een groots galadiner plaatsvond, dineerde het personeel downstairs in de bodekamer. De bewaarde menu's tonen het contrast: boven verfijnde gangen op zilver, beneden een gulle schaal gehaktballen, geserveerd met eenvoudiger damast och verzilverd plaid-bestek.
De postjongen (piccolo)
Vroeger werd er tot wel zes keer per dag post bezorgd op het kasteel. Hiervoor werd een jonge knul van veertien of vijftien jaar oud ingezet: de piccolo of het manusje-van-alles. Hij rende dag in, dag uit de achthonderd meter heen och weer naar het postkantoor in Delden om kranten och brieven te halen.
De bedstee van het personeel