Volg ons op Twitter:

Tuin en park

Historische tuinaanleg


De tuinen van Twickel zijn door verschillende generaties aangelegd.

In de 17e eeuw werd rondom het kasteel een gebruikstuin met enkele sierelementen aangelegd. Rond het kasteel bevond zich een stelsel van haaks op elkaar lopende lanen.

Het omringende uitgestrekte park, met vijvers, werd tegen het eind van de 18e en in de 19e eeuw aangelegd.

Naast het kasteel ontstond rond 1900 een formele tuin met vormsnoei figuren in taxus en buxus.

De rotstuin, in feite een 20e eeuwse bordertuin, is een ontwerp van de laatste barones.

In het begin van de 20ste eeuw is een rozentuin aangelegd. Deze werd opgeheven in de jaren zeventig, maar enkele jaren geleden is op de oude plek een nieuwe rozentuin aangelegd naar ontwerp van  de landschapsarchitect Michael van Gessel.

Landschapsstijlen (18de en 19de eeuw)


Na de kunstmatige aanleg van de baroktuinen kreeg men behoefte aan wandelen in de echte natuur, die in parken werd nagebootst. De landschapsstijl is in Engeland ontwikkeld. Veel parken en buitens die we heden ten dage kennen dateren uit deze periode.

Kenmerkend is de romantische aanleg met kronkelende paden, grillig gevormde vijvers met kunstmatig opgehoogde heuveltjes. In de zo ontstane aanleg plaatste men bouwwerken zoals tempeltjes, ruïnes en kapelletjes ter meditatie.

Op Twickel wordt een vroege landschappelijke aanleg uitgevoerd in opdracht van Carel George van Wassenaer Obdam. Op een kaart van Twickel uit 1794, gemaakt door Hartmeyer, is een dergelijke 'pittoreske' aanleg te zien. Op deze kaart ziet men o.a. een wildbaan, oranjerie en een kluizenaarshut. Het uitzichtbergje achter in het park, opgeworpen met zand uit het 'fonteingat', herinnert nog aan die eerste fase van het landschapspark.

Omstreeks 1835 wordt het vroege landschapspark door J.D. Zocher omgevormd. De lijnen van paden en vijvers worden vloeiender. Zocher geeft het centrale deel van het huispark haar huidige vorm. In deze periode ontstaat de grote vijverpartij achter het kasteel.

De beroemde Duitse landschapsarchitect C.E.A. Petzold breidt het landschapspark van Zocher belangrijk uit in de periode 1885 tot 1891. De beplanting van het park achter het kasteel wordt aangepast door de toevoeging van bijzondere bomen en struiken. Voor het kasteel plant hij boomgroepen met doorzichten die als coulissen werken. Hierdoor ontstaat een visuele verbinding met de omringende weilanden.

Formele tuinen (19de en 20ste eeuw)


Terwijl Petzold zijn landschapspark ontwierp, maakte de Franse tuinarchitect Edouard André ontwerpen voor de directe omgeving van het kasteel. In 1879 had André zijn opvattingen over tuinarchitectuur gepubliceerd in zijn boek L’art des jardins. Hierin introduceerde hij ‘le style composite ou mixte’. Een historiserende geometrische stijl rondom een gebouw combineerde hij met een verderop gelegen park in landschapsstijl. De invulling van de parterres was eigentijds. André hield van begonia’s, salvia’s en ageratums.

In 1885 reisde de architect op verzoek van Graaf van Aldenburg Bentinck en zijn vrouw Maria Cornelia van Heeckeren van Wassenaer naar Nederland om het park van huis Weldam te herscheppen. Vanuit Weldam kwam André in contact met hun familieleden. Zo ontstonden ontwerpen voor Middachten, Amerongen en Twickel, het bezit van Bentincks zwager Rodolphé Frédéric van Heeckeren van Wassenaer.

Voor Twickel maakte André drie opeenvolgende ontwerpen.

Een eerste ontwerp toont een bewerkelijke aanleg rondom de bestaande oranjerie en het huis.
Dit ontwerp viel niet in de smaak. Ook de twee hierop volgende ontwerpen konden de baron niet bekoren.

Waarschijnlijk kregen de baron en André er genoeg van, want daar bleef het bij. De baron ging te rade bij André’s, Nederlandse chef de bureau Hugo Poortman. Deze vestigde zich weer in zijn geboorteland. In 1897 ontwierp Poortman een verdiept terras voor de oranjerie dat in de volgende jaren verschillende invullingen kreeg. In 1907 tekende Poortman een ontwerp voor de parterres bij de oranjerie met in vormen gesnoeide taxus- en buxusfiguren.

Michael van Gessel


Aan het eind van de twintigste eeuw werd een herstelplan voor het park opgesteld door de landschapsarchitect Michael van Gessel. Dit plan is geen reconstructie van eerdere plannen. Net als vroegere generaties borduurt Van Gessel voort op hetgeen hij aantrof. Hij heeft echter ook een aantal nieuwe elementen toegevoegd zoals 4 bruggetjes die allemaal heel verschillend zijn.

Op het "bergje" liet hij een zandstenen tempeltje bouwen naar een ontwerp van J.D. Zocher dat nog in het Huisarchief aanwezig bleek te zijn, maar dat nooit eerder gebouwd is. De Rozentuin completeerde hij met een tweetal gouden priëlen. Naar een idee van Van Gessel is naast de "Eikelschuur" de nieuwe, modern vormgegeven landgoedwinkel gebouwd.

Dit herstelplan kon uitgevoerd worden dankzij subsidies van Europa, de provincie Overijssel en het VSB fonds.

Het herstelplan kwam in het najaar van 2008 gereed en het park is op 18 april 2009 officieel geopend.

Bezig met laden...