Kasteel Twickel @ Twitter

Kasteel en bewoners

Historisch overzicht van het kasteel en zijn bewoners

Het geslacht Van Twickelo

De oudste vermelding van een huis op de plek van het huidige kasteel dateert uit 1347. In dat jaar kocht Herman van Twickelo het Huis to Eysinc, zoals dit in de koopakte genoemd werd. De aankoopakte is bewaard gebleven en vormt nu een van de oudste stukken die bewaard worden in het Huisarchief Twickel.

Door gunstige huwelijken en goed beheer ging het de Twickelo’s voor de wind. Vanaf 1402 oefenden de Twickelo’s  de functie uit van Drost van Twente. Dit was destijds de belangrijkste bestuurder van Twente. Het ambt ging over van vader op zoon. Naast macht en aanzien leverde het aanzienlijke inkomsten op. Het huis to Eysinc is waarschijnlijk al spoedig vervangen door een nieuw huis, dat Twickel werd genoemd.


Over dit nieuwe gebouw weten we niet veel. In 1978 zijn tijdens een opgraving op de achterplaats van het huidige huis enkele funderingsresten van kloostermoppen gevonden. Waarschijnlijk zijn dit de restanten van het eerste huis dat Twickel werd genoemd.

De oudste delen van het huidige kasteel dateren waarschijnlijk uit de tijd van Johan III van Twickelo, bijgenaamd de Rijke. Johan de Rijke stierf in 1539. Deze oudste bouwelementen bevinden zich in het hoofdgebouw links van de entree en in de vleugel achter de aangrenzende vierkante zuidtoren. In het souterrein staan bijvoorbeeld nog enkele laat middeleeuwse pilaren.

 

Uit een archiefstuk valt af te leiden dat een deel van het middeleeuwse huis tijdens van de Gelderse Oorlogen in de periode 1522 – 1524 in de as is gelegd door hertog Karel van Gelre. Bij de opgraving in 1978, zijn ook brandsporen gevonden.

Terug

Het geslacht Van Raesfelt

In 1537 huwde de erfdochter Agnes van Twickelo met de Westfaalse edelman Goossen van Raesfelt. Goossen volgde zijn schoonvader Johan III van Twickelo op als Drost van Twente. In deze functie raakte hij verstrikt in een pijnlijke affaire. In 1544 kreeg hij uit Brussel het bevel om de freules Van Beckum te arresteren, omdat zij zich hadden aangesloten bij de Wederdopers. Dit was een religieuze groepering met extreme ideeën. Maria van Beckum en haar schoonzuster Ursula werden vastgezet in de gevangenis op Twickel. Deze bevond zich in de kelder onder de Zuidtoren. Na lang aarzelen zette Van Raesfelt, die de bevelen van de overheid niet in de wind kon slaan, de freules op de brandstapel.

Na 1551 bouwde Goossen van Raesfelt de door hertog Karel van Gelre verwoeste gedeeltes van het middeleeuwse kasteel weer op. Van de rechterzijde van het hoofdgebouw restte alleen nog een stukje van een oude funderingsmuur.   


De bouwnaad rechts van de ingangspartij laat zien dat de huidige frontvleugel bestaat uit twee verschillende helften. Het formaat en de kleur van de bakstenen in de rechterhelft wijken af van de afmetingen van de oude kloostermoppen in de linkerhelft. Om de van elkaar afwijkende muurdelen toch een symmetrisch aanzien te geven liet Goossen aan beide zijden van de entree fraaie erkers aanbrengen. Ook werd de voorgevel rijk gedecoreerd met ornamenten.

Aan weerszijden van de hoofdingang verschenen beelden van Adam en Eva, een Renaissance thema dat veel voorkomt in Goossens geboortestreek Lippe. Boven de ingang liet hij de heraldische wapens plaatsen van de geslachten Van Raesfelt (links) en Van Twickelo (rechts). Het gelaat van het vrouwenkopje in het timpaan boven de wapensteen vertoont misschien de trekken van zijn vrouw Agnes. Uit archiefstukken blijkt dat de ingangspartij omstreeks 1700 verbouwd is. Dit verklaart de onevenwichtige plaatsing van de zandstenen ornamenten en de ramen. De wapensteen is in 2009 vernieuwd.


Na Goossens dood rezen er grote financiële problemen, maar Goossens kleinzoon Johan II wist Twickel dankzij zijn huwelijk met de rijke Agnes van Munster weer tot bloei te brengen. In 1643 liet hij de vleugel aan de zuidzijde van het huis bouwen.

De laatste twee generaties Van Raesfelt hebben een omvangrijk goederenbezit opgebouwd.


Adolf Hendrik, de oudste zoon van Johan II, bekleedde bovendien een vooraanstaande plaats in de landspolitiek. Als afgevaardigde van de Ridderschap en Steden van Overijssel verscheen hij in de vergaderingen van de Staten-Generaal. Zo verkeerde hij in de betere kringen van Den Haag en kon hij zijn enige dochter Adriana Sophia in 1676 laten trouwen met de rijke Hollandse edelman Jacob IV van Wassenaer Obdam.

Terug

Het geslacht Van Wassenaer Obdam

De vader van de bruidegom, Jacob III van Wassenaer Obdam,  had al voor dit huwelijk zijn zeemansgraf gevonden. In de Tweede Engelse Oorlog vloog deze luitenant-admiraal met schip en al de lucht in. Zijn zoon Jacob IV doorliep een loopbaan bij de cavalerie. Daarnaast oefende hij functies uit in dienst van de Staten van Holland en van de Staten-Generaal.  Hij kon daarom alleen in de zomermaanden op Twickel verblijven. Dat weerhield het echtpaar er niet van tot een luxueuze verbouwing over te gaan. Aan de achterzijde lieten zij een nieuwe galerijvleugel bouwen.

Het trappenhuis tussen de beneden- en bovengalerij is ontworpen door de bekende architect Jacob Roman. Dezelfde architect ontwierp samen met Daniël Marot het vergelijkbare trappenhuis van paleis Het Loo. Hier hangen portretten van de leden van het geslacht Van Wassenaer Obdam en hun aanverwanten. Twee graven Van Wassenaer trouwden met meisjes uit het Amsterdamse patriciaat.

Het familiewapen van de Van Wassenaers vertoont drie wassende manen. Nadat de Duitse keizer hem in 1711 had verheven tot rijksgraaf voerde Jacob IV hierbij het devies ‘Mutando non mutor’. De betekenis hiervan is: Alles verandert, maar door mij aan te passen aan de omstandigheden, verander ik niet. De baron klom op tot graaf, maar intussen bleef hij dezelfde persoon.  De titel ging over op zijn nakomelingen die ook het devies bleven voeren.

De jongste zoon van het echtpaar Van Wassenaer Obdam - Van Raesfelt, Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam, is over de hele wereld bekend als componist. Merkwaardig genoeg is deze roem van recente datum. In 1980 werd hij door de vondst van een manuscript in de bibliotheek van Twickel geïdentificeerd als de schepper van de ‘Concerti Armonici’. In 1992 doken in een bibliotheek in Rostock ook drie dwarsfluitsonates van hem op. Daarmee was zijn naam als componist voor goed gevestigd.

Unico was een uitstekend beheerder. Hij reorganiseerde de pachtadministratie en stelde regels op voor zijn rentmeester. Hij was zuinig van aard, maar hij zorgde er wel voor, dat er op het voorplein nieuwe bouwhuizen verrezen. Hier was plaats voor het eigen boerenbedrijf en de stallen. Er werd geen geld verkwist: de zandstenen deuromlijstingen met de Ionische pilasters en timpanen in de middenpartijen, zijn overgezet uit het poortgebouw. Dit werd afgebroken omdat dit het uitzicht belemmerde op de nieuwe laan in het verlengde van het huis. Unico had duidelijk meer belangstelling voor zijn bossen en tuinen dan voor zijn huis.

Unico’s zoon Carel George is vooral bekend geworden door het laten graven van de Twickelerschipvaart. Dit kanaaltje verbond Delden met de Regge zodat kleine vrachtschepen, zogenaamde zompen,  goederen naar Zwolle en Amsterdam konden vervoeren. Bij het eindpunt van de vaart kwamen een haventje en een schippersherberg met de toepasselijke naam Carelshaven. Ook verrees hier een houtzaagmolen. De onderneming werd financieel mogelijk dankzij Carels huwelijk met de rijke Amsterdamse koopmansdochter Jacoba Elisabeth van Strijen.

Jacob Unico Wilhelm, de laatste graaf Van Wassenaer Obdam, heeft door de inval van de Franse troepen en de daarop volgende moeilijke jaren weinig kans gekregen om zich te ontplooien. In de gegeven omstandigheden heeft hij er het beste van gemaakt. Hij hield het grondbezit bijeen. Na drie huwelijken liet hij bij zijn overlijden in 1812 een dertienjarig dochtertje na.

Terug

Het geslacht Van Heeckeren van Wassenaer

Deze dochter was Maria Cornelia (Cornélie) van Wassenaer Obdam die in 1831 trouwde met Jacob Derk Carel (Charles) van Heeckeren van Kell uit Ruurlo. Nu ging Twickel weer betere tijden tegemoet. Een jaar na zijn huwelijk werd Charles benoemd tot wethouder van Ambt Delden, waarna tal van functies  waaronder die van opperstalmeester van koning Willem III, volgden. Koning Willem II benoemde Van Heeckeren tot lid van de Eerste Kamer.

Baron Van Heeckeren reisde veel. Hij woonde ook in Den Haag en op het Hof te Dieren. Hij erfde het goederenbezit van de Van Wassenaers. Dankzij de verdeling van de markegronden, die veelal uit heidevelden bestonden, kon Van Heeckeren de omvang van het landgoed Twickel verdubbelen tot ruim 4000 ha. Een deel van de heidevelden liet hij ontginnen tot landbouwgrond. Andere delen werden bebost. Hij liet veel boerderijen vernieuwen. Naast het landgoed Twickel bezat Van Heeckeren ook elders in Nederland diverse landgoederen. Daaronder viel ook de heerlijkheid Lage, net over de Duitse grens ten noorden van Ootmarsum. Zijn totale goederenbezit omvatte ca. 10.000 ha.

Nadat Van Heeckeren twee keer in Engeland had rondgekeken om kennis te nemen van de nieuwste ontwikkelingen, droeg hij in 1845 de Londense architect Robert Hesketh op om kasteel Twickel te verbouwen en uit te breiden. Hesketh ontwierp een vleugel bestaande uit twee torens aan de noordzijde. Aan de buitenkant werd deze aanbouw verfraaid met neogotische zandstenen elementen. Binnen zorgde hij voor modern comfort.

Grote waterbakken op de zolders fungeerden als lagedruk reservoirs. Hierin werd naast regenwater ook grondwater verzameld. Via een waterleidingssysteem liep het water vanuit de reservoirs naar de badkamers en de waterclosetten. Naast de installatie van een waterleiding zorgde Hesketh ook voor de aanleg van een verwarmingssysteem.

Voor de zuidtoren ontwierp Hesketh een nieuw dak. Na het kinderloze overlijden van zijn vrouw Marie Cornélie trouwde Charles, die zich inmiddels Van Heeckeren van Wassenaer noemde, met Isabelle Antoinette Sloet van Toutenburg. In dit tweede huwelijk werd hij vader van drie kinderen.

Zijn oudste zoon George overleed op 26 jarige leeftijd aan tyfus, waarna Twickel in 1883 overging op zijn jongste zoon Rodolphe. Deze laatste baron Van Heeckeren van Wassenaer heeft het interieur van het kasteel zijn huidige aanzien gegeven.

In 1885 liet hij het huis voorzien van moderne badkamers. Al snel bleek de hoeveelheid water in de reservoirs onder het dak niet voldoende te zijn. Dit euvel werd bestreden door de bouw van een watertoren. Na lang boren kwam uiteindelijk grondwater in zicht, dat jammer genoeg zouthoudend bleek te zijn. Toen in de Eerste Wereldoorlog de aanvoer van zout stagneerde, leidde deze in eerste instantie onfortuinlijke ontdekking tot de oprichting van een zoutfabriek in Boekelo.

Aan de interne verbouwingen kwam voorlopig geen einde. Vanaf 1896 stonden de werkzaamheden onder leiding van de Engelse architect Samuel Weatherley. Hij werkte met een groep uit Engeland overgekomen timmerlieden. Ondertussen werd het huis ook onder handen genomen door de binnenhuisarchitect en antiquair M.J. Teunissen.

In 1922 trouwde de laatste ‘heer van Twickel’ met Marie Gravin van Aldenburg Bentinck. Na dit huwelijk werd de laatste hand gelegd aan de inrichting van het huis. Hierbij was de binnenhuisarchitect J.J. van Nieukerken betrokken. Ook de ophaalburg over de buitengracht dateert uit die periode.

Toen haar echtgenoot in 1936 overleed, nam de ‘barones’ het beheer van zijn bezittingen over. Omdat er geen directe nazaten waren, bracht zij Twickel in 1953 onder in de Stichting Twickel. Deze kreeg als doelstelling mee de instandhouding van Twickel in de ruimste zin om daarmee zijn historische betekenis te bestendigen. Tot haar overlijden in 1975 fungeerde de barones als bestuursvoorzitter. Zij bepaalde dat het huis na haar dood bewoond moest blijven. Zo ging het woonrecht over op haar verre neef Christian Graaf zu Castell - Rüdenhausen die in 1982 met zijn jonge gezin naar Twickel verhuisde. Na zijn overlijden in januari 2010 zal één van zijn kinderen hem opvolgen.

De Stichting Twickel beheert ook de andere landgoederen die vanouds verbonden zijn aan Twickel. Het totale goederenbezit omvat bijna 6500 ha.

Terug