Vereenvoudigd plan Rondweg Delden biedt veel voordelen
Er is een nieuw plan gemaakt voor de Rondweg bij Delden. Door onder meer de taluds steiler te maken, beplanting te verwijderen en voetgangersbruggen aan te leggen moet de weg een minder grote barrière vormen tussen het landgoed en het centrum van Delden.
In 2003 maakte landschapsarchitect Michael van Gessel in samenwerking met de Provincie Overijssel een plan om de Rondweg Delden (N346) beter in te passen en de verbroken verbindingen tussen Twickel en het centrum van Delden te herstellen. Een belangrijke ingreep was het verdiepen van de weg waar deze op dit moment nog op of boven het maaiveld ligt. Daardoor zouden alle verbroken verbindingen op maaiveldniveau hersteld kunnen worden. Dit plan haalde echter de eindstreep niet omdat de kosten (ca 30 miljoen euro) te hoog waren.
Pact van Twickel
In 2009 werd het Pact van Twickel gesloten. In het bijbehorende uitvoeringsprogramma kwam opnieuw de betere inpassing van de N346 aan de orde. Een projectgroep onder leiding van de provincie ging aan het werk. Wederom werd Michael van Gessel als landschapsarchitect ingeschakeld. Het resultaat is een mooi plan dat lijkt op het plan uit 2003 maar zonder de verdiepte ligging.
Delden-West
Tot de aanleg van de Rondweg, circa veertig jaar geleden, liep de doorgaande oost-west verbinding door het centrum van Delden. Men dacht dat het nog een hele tijd zou duren voor de snelweg (A1) zou worden aangelegd en daarom was de aanleg van de Rondweg zeer urgent. Dat zal de verklaring zijn van de royale afmetingen van de weg die eerder doet denken aan een snelweg. Dit wordt nog versterkt door het halve klaverblad ter hoogte van de Deldeneresch waar de weg naar Almelo (N741) aantakt. Het nieuwe plan voorziet in een sterke versobering van de aanleg waarbij de doorsnijding door de es een stuk smaller wordt en de noordelijke lus helemaal vervalt. De route van en naar Twickel wordt een stuk simpeler. De beplantingen aan weerszijden van de Rondweg belemmeren het vrije zicht op de es en zullen verdwijnen. Dit biedt ook weer perspectieven voor de terugkeer van de Eschmolen. Een voetgangersbrug over de Rondweg herstelt de rechtstreekse verbinding naar het centrum van Delden. De Deldeneresch kan door deze ingrepen veel van haar vroegere allure terugkrijgen.
Delden-Midden
Hier loopt de weg door een smalle strook tussen Kasteel Twickel en het historische centrum van Delden. Het plan voorziet ook hier in versmalling van de doorsnijding waardoor het verkeerslawaai zich minder kan verspreiden naar de omgeving. Ook zal er geluidsabsorberend asfalt worden toegepast. In het verlengde van de Marktstraat komt een voetgangersbrug zodat vanuit hartje Delden de directe verbinding naar de watertoren terugkeert. Waar de weg de Twickelerlaan heeft afgesneden, komt een hoge voetgangersbrug zodat het weer mogelijk wordt vanaf de Hengelosestraat de Twickelerlaan te bereiken.
Delden-Oost
Ter hoogte van de Flierbeek en het tunneltje Ossenweide loopt de huidige Rondweg verhoogd door het landschap. De weg vormt daardoor een scheiding in het landschapspark dat eigenlijk doorloopt tot de Hengelosestraat. Dit effect wordt nog versterkt door de beplanting van de parallelweg. Het plan voorziet in verlaging van de weg tot maaiveldhoogte en het verwijderen van de beplanting langs de parallelweg. Ook komt er ter hoogte van Carelshaven een onderdoorgang voor voetgangers, in combinatie met faunavoorzieningen. Het kruispunt met verkeerslichten wordt mogelijk vervangen door een turborotonde.
Financiering
De kosten van dit plan zijn met circa 10 miljoen euro een stuk lager. Het komt er nu op aan de benodigde middelen te vinden. De Provincie Overijssel is als wegbeheerder natuurlijk de eerste partij die daarvoor aanspreekbaar is. Bovendien kan het werk gecombineerd worden met groot onderhoud dat toch binnen twee jaar moet plaatsvinden Er zijn echter ook plaatselijke belangen in het geding die een bijdrage van de gemeente en anderen kunnen rechtvaardigen.
Albert Schimmelpenninck
Uit: Twickelblad winter 2011
Lanen overpark hersteld en verjongd
Geholpen door het prachtige najaarsweer is de bosploeg van Twickel begonnen met de werkzaamheden in het Overpark. Volgens een ontwerp van landschapsarchitect Michael van Gessel wordt er een ‘nieuwe’ laan aangelegd. Ook de Kooidijk en een gedeelte van de Twickelerlaan worden verjongd.
Het meest in het oog springend is het in ere herstellen van de laan die vanaf de eikelschuur door het parkbos richting Oelerbeek loopt. Bij de overgang van de formele parkaanleg (rechte geometrische lijnen) naar het landschappelijke park (vloeiende natuurlijke lijnen) was deze verbinding verdwenen. Aan weerzijden van het drie meter brede wandelpad wordt een dubbele eikenrij geplant. De bosploeg heeft ruimte gemaakt en de lijn uitgezet. Als het weer goed blijft, staan de bomen er voor de kerst in. De laan krijgt de naam Eysincsdijk, vernoemd naar het huis dat Herman van Twickel in 1347 kocht en daarmee de kiem van het huidige landgoed Twickel legde. De naam Eysincsdijk is te vinden op een oude kaart in het archief. Het geeft aan dat het net als de Kooidijk een verhoogd weglichaam door het dal van de Azelerbeek is, die tot het huis Eysinc behoorde.
Het tweede traject dat onder handen wordt genomen, wordt gevormd door de Kooidijk (en in het verlengde hiervan het Bornsevoetpad). Deze krijgt meer het karakter van een laan. Besloten is hier geen eiken te planten. Dat zou te veel oude bomen kosten. Door te kiezen voor beuken, die beter tegen schaduw kunnen, kunnen gezonde bomen blijven staan.
Tot slot wordt een deel van de Twickelerlaan verjongd. In dit deel tussen het kasteel en erve Braamrot is het laanbeeld bijna verdwenen. In het verleden zijn hier uit veiligheidsoverwegingen bomen geveld. Dit wordt het zesde stuk van de Twickelerlaan dat Twickel sinds 1993 heeft verjongd.
In een volgende fase worden langs de Twickelerlaan, parallel aan de Rondweg, bomen verwijderd. Hierdoor wordt het Overpark visueel minder in tweeën gesneden. Uit flora en faunaonderzoek is gebleken dat vleermuizen deze laan gebruiken om van Delden, waar ze overnachten, naar hun jachtgebied in de Twickeler bossen te trekken. Door aan de andere zijde van de Rondweg, langs de Hengelosestraat, een rij eiken te planten wordt het park op de juiste wijze begrensd en behouden de vleermuizen hun trekroute.
Hans Gierveld
Uit: Twickelblad winter 2011
Twickel start 1e fase herstel overpark.
Twickel werkt aan de realisatie van het masterplan dat de landschapsarchitect Michael van Gessel voor het park van Twickel maakte. In 2009 was het huispark gereed. Dit voorjaar organiseerde Twickel een informatieavond over de plannen voor het overpark. Het huispark is het omheinde deel van het park rond het kasteel. Het overpark is het gedeelte ten oosten van de Twickelerlaan. In het najaar begint Twickel met de werkzaamheden in dit deel van het park. Het verjongen van een gedeelte van de Twickelerlaan, het verbeteren van het laaneffect op de kooidijk en het herstel van een oude laan. Deze begint bij de eikelschuur, kruist de Twickelervaart en de Oelerbeek en eindigt in het voormalige Sterrenbos. In het voorjaar van 2012 wordt het fietspad bij het Laartunneltje verlegd.
Van de laanbomen in de Twickelerlaan tussen het kasteel en erve Braamrot zijn er nog maar weinig over. Van de paar bomen die er staan is een aantal niet vitaal. Deze moeten uit veiligheidsoverwegingen geveld worden. Twickel heeft besloten dat nu het moment gekomen is om dit deel van de laan te verjongen. Dat past in het verjongingsplan dat in 1933 voor de Twickelerlaan is opgesteld. Sindsdien is de laan op verschillende plekken verjongd. Het laanbeeld is daar weer hersteld.
Langs de Kooidijk is het laanbeeld verwaterd. Op een nieuwe eikenlaan aan te leggen moet er veel ruimte gecreëerd worden. Het oude bestaande eikenbos kan een kap ten behoeven van de aanleg van een laan niet verdragen. Twickel ziet er van af om hier een volledig nieuwe eikenlaan te planten. In plaats daarvan gaat zij een beukenlaan aanleggen onder de oude eiken. Beuken verdragen schaduw goed en zijn instaat te groeien onder de ouder eiken. Hierdoor ontstaat een laanbeeld. Ten behoeve van de laan worden hier 500 beuken onder de oude eiken geplant.
Door het huispark loopt een laan die bij de eikelschuur uitkomt. Deze liep vroeger door over de Twickelervaart en de Oelerbeek. De kruising met de Twickelervaart is goed te herkennen. Daar ligt nu het hoge bruggetje. Ook bij de kruising met Oelerbeek zijn de landhoofden, de plek waar een brug ‘aan land’ komt, nog te vinden. Daar ligt nu geen brug. Het is de bedoeling dat daar weer een brug komt. Om deze laan aan te kunnen leggen worden er bomen gekapt. De stormen van 1972 en 1990 hebben grote gaten in het bos geslagen waardoor en in het tracé van de aan te leggen laan niet veel oude bomen meer staan. In deze gaten worden jongere bomen geveld. Daarbuiten worden oudere bomen geveld om samen ruimte te maken voor ruim 450 nieuwe laanbomen met daartussen een nieuw wandelpad.
In het voorjaar van 2012 wordt het fietspad tussen het Laartunneltje en de Twickelerlaan verlegd. Het fietspad krijgt daarmee voor de fietsers richting Hengelo een logischer verloop. Voor de fietsers richting het kasteel blijft het fietspad dat richting erve Braamrot loopt bestaan. In een volgende fase wordt de beplanting in deze hoek aangepakt. Daarvoor wordt onderzocht of de eiken van het rentmeesterslaantje te verplanten zijn.
De werkzaamheden aan de lanen vinden in het komende winterseizoen plaats.
Verslag symposium in kasteel Twickel over stadsranden
De economische recessie biedt kansen om stadsranden beter in te richten. Dat was één van de conclusies van een door Stichting Twickel georganiseerd symposium, vrijdag 16 september. Twickel zet zich in om de overgangszones tussen het landgoed en het stedelijk gebied een kwaliteitsimpuls te geven. Drie deskundige inleiders gingen met politici, landgoedeigenaren en bestuurders van natuur- en landschapsorganisaties in debat.
Algemeen werd de conclusie gedeeld dat de sterk verminderde behoefte aan grond voor woningen en industrie kansen biedt om de kwaliteit van de stadsranden te verbeteren. Plannen om steden en dorpen uit te breiden met nieuwe woningen en industriegebieden, zijn door de economische crisis grotendeels tot stilstand gekomen. Gemeenten zouden de bestemming van potentiële woningbouw of industrielocaties kunnen veranderen en investeren in de ruimtelijke kwaliteit van deze gebieden.
Over de vraag hoe deze zones er idealiter uit moeten zien, bestaan verschillende opvattingen. Moet de grens tussen stad en landelijk gebied hard worden afgebakend of is een meer geleidelijke overgang gewenst, met het risico van “verrommeling”? En welke vormen van recreatie in de stadsrand zijn gewenst? Planoloog Martin Goossen (Alterra) wees op het belang van diversiteit. “Mensen moeten een keuze kunnen maken.“ Recreanten hebben verschillende motieven, waarbij ‘even er tussenuit’ en ‘gezelligheid’ bovenaan staan. Wandelen, vooral in de natuur, is veruit de populairste bezigheid. Bij de inrichting van stadsranden moet het aanbod volgens Goossen worden afgestemd op de vraag. Twente scoort hoog bij cultuurtoeristen, zo blijkt volgens landschapsgeograaf Michiel Flooren van Saxion Hogeschool uit onderzoek. “Zij vinden een natuurlijke omgeving heel belangrijk. We hebben hier dan ook goud in handen.” Het landgoed Twickel kan volgens hem als een ‘sterk merk’ worden ingezet.
Consensus was er over de gewenste samenwerking van alle partijen. Gemeenten en landgoedeigenaren moeten in nauw overleg bepalen welke ontwikkelingen in de stadsrand gewenst zijn. “Maak per stadsrand één visie”, betoogde landschapsarchitect Benno Strootman. Uit onderzoek blijkt volgens hem dat er in de Netwerkstad Twente nog te weinig samenhang is tussen de gemeentelijke plannen. “Voorkomen moet worden dat steden naar elkaar toegroeien. Dat is ecologisch maar ook sociaal een ongewenste situatie. Mensen willen het einde van bebouwing kunnen zien.” Strootman hield een pleidooi richting gemeenten om meer energie te steken in de ontwikkeling en behoud van bufferzones, zoals de Groene Poort, en de groene wiggen en longen die als schakel fungeren tussen stedelijk- en landelijk gebied.
Als positief voorbeeld van intensieve samenwerking werd het Pact van Twickel genoemd waarin verschillende organisaties hebben afgesproken de ontwikkelingen die het landgoed raken, nauw op elkaar af te stemmen. Eén van de projecten uit het Pact van Twickel, de Grensweg, voorziet in een meer geleidelijke overgang tussen landgoed en stadsranden en het verminderen van de barrières door de snelwegen A1 en A35.
Door Martin Steenbeeke
Restauratie historische muren Hof te Dieren
Een deel van de historische muren van Hof te Dieren wordt gerestaureerd. De Koningsmuur, de tuinmuur en de muur om de voormalige moestuin hebben een totale lengte van circa 700 meter. Het zijn Rijksmonumenten met elk een eigen nummer.
Beetje bij beetje heeft de tand des tijds grip gekregen op de tuinmuren van het Hof te Dieren. Op tal van plaatsen is er schade, veelal ontstaan door weersinvloeden (storm, vorst, uitzetting door temperatuursverschillen). Ook kampen de muren met oproestend ankerwerk, oorlogsschade, wortelgroei in de voegen en druk van een hoger gelegen weg.
De restauratie van alle muren kost naar schatting 1,5 miljoen euro. Daarvan is nu de financiering van 400.000 euro rond. De Stichting Twickel en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, het vroegere Monumentenzorg, nemen ieder 50% voor hun rekening. Hopelijk komt er in de komende jaren meer budget beschikbaar. In de toekomst worden de muren ondergebracht in een speciale regeling voor de instandhouding van monumenten zodat er, indien nodig, regulier onderhoud uitgevoerd kan worden.
De uitvoering van de eerste restauratiewerkzaamheden is inmiddels in volle gang. De muur langs de voormalige moestuin en de muur langs de Doesburgse dijk, de zogeheten Koningsmuur, worden onder handen genomen. Deze naam herinnert aan de tijd dat Koning-stadhouder Willem III eigenaar van het Hof te Dieren was. De muur zou dan ook uit rond 1700 stammen.
Het gedeelte dwars op de Doesburgsedijk is weer opgemetseld. Ook is er een begin gemaakt met het onderhoud en restauratie van de nog staande delen van de Koningsmuur en het gedeelte bij de ingang vanaf de Doesburgsedijk. Op één plaats is de weg in de loop der jaren zo opgehoogd en verbreed dat de muur daar langzaam is weggedrukt/ingestort. Het hoogteverschil bedraagt op sommige plaatsen anderhalve meter. Herstel is nu niet mogelijk, dat gebeurt later.
Per gedeelte wordt bekeken wat er gebeuren moet. Er worden delen muur ontmanteld, stenen afgebikt, verschillende soorten stenen bijgezocht en de muren worden in authentieke vorm en in het juiste metselverband weer opgemetseld. Hierbij is de juiste mortel van groot belang. De zandsteen-afdekkers worden hersteld, teruggeplaatst of nieuw gemaakt. Ook wordt een aantal poorten vernieuwd. Beheerder Wilke Schoemaker ziet toe op het behoud van de flora en fauna. “De flora- en fauna-aspecten in en om de muur zijn geïnventariseerd. Er groeien bijvoorbeeld muurvarens. We willen deze plantjes behouden. Ze zijn bijzonder en horen bij oude muren. Afhankelijk van de situatie gaan we eromheen restaureren of we herplaatsen de betreffende plantjes in een nieuwe voeg met kalkhoudende mortel.” Ook is er speciale aandacht voor vogels. Tijdens het broedseizoen is gekeken of er geen nesten in bomen en struiken nabij de muur zaten. In dat geval werd dit gedeelte even met rust gelaten.
Het werk is voorbereid door architectenbureau Harmonische Architectuur en na een aanbesteding waarbij drie geselecteerde bedrijven inschreven, is het werk gegund aan gevelrestauratie bedrijf Takkenkamp uit Zelhem. De werkzaamheden zullen zeker tot aan de winter duren.
Louis Volker
Uit: Twickelblad najaar 2011
Discussie over Rijnlandroute in cruciaal stadium
Al vele jaren wordt gesproken over een nieuwe autoweg van Katwijk naar de A4 met een aansluiting op de A44 bij Leiden. Dit is de zogenaamde Rijnlandroute. Afhankelijk van de tracékeuze vormt deze weg een ernstige bedreiging voor het Wassenaarse bezit van Twickel.
De discussie heeft een nieuwe impuls gekregen door het besluit het vliegveld Valkenburg tussen Wassenaar en Katwijk op te doeken en hier een woonwijk te bouwen. Een dergelijke ontwikkeling staat en valt bij een behoorlijke ontsluiting. Iedereen is het er wel over eens dat er wat moet gebeuren. De vraag is alleen welk tracé de voorkeur heeft.
In grote lijnen zijn er twee mogelijkheden:
• Het “poldertracé” door de Stevenshofjespolder net buiten de laatste uitbreidingswijk van Leiden en door Voorschoten naar de A4
• Het “Churchill Avenue”-tracé dwars door Leiden; dit komt neer op de herinrichting en deels ondertunneling van een bestaande route door Leiden.
Het poldertracé is zeer schadelijk voor het open polderlandschap tussen Wassenaar, Leiden en Voorschoten. Het zal onvermijdelijk leiden tot versnippering van dit gebied en aantasting van een bijzonder waardevol weidevogelgebied. Juist hier is één van de laatste mogelijkheden om het Groene Hart te verbinden met de duinen.
Het Churchill Avenue-tracé loopt in hoofdzaak door een al verstedelijkt gebied en heeft deze bezwaren dus niet. Uiteraard zijn er ook vele andere aspecten die bij de vergelijking een rol spelen zoals verkeerskundig, milieutechnisch, financieel, enz.
Bij de vorming van het nieuwe provinciaal bestuur eerder dit jaar is de keuze voor het poldertracé vastgelegd. Dit terwijl er nog geen goede vergelijking was gemaakt tussen beide tracés. Daar is veel rumoer over: de gemeentebesturen van onder andere Wassenaar en Voorschoten en een groot aantal buurtcomités hebben een actie op touw gezet om de nieuwe gedeputeerde Ingrid de Bondt op andere gedachten te brengen. Ook de Stichting Twickel heeft daar een steentje aan bijgedragen. Dit heeft er in ieder geval toe geleid dat zij heeft toegezegd beide tracés nader te zullen onderzoeken alvorens een definitieve keuze te maken. Daarmee is de goede afloop nog lang niet verzekerd maar de druk van vele kanten wordt verder opgevoerd.
Albert Schimmelpenninck
Uit: Twickelblad najaar 2011
Roy Schuurman nieuwe beheerder Twickel Zuid en Lage/Brecklenkamp
Per 18 april jl. is Roy Schuurman (33) begonnen als “groene” beheerder van het zuidelijk deel van het landgoed Twickel en de bezittingen van Twickel in Lage en Brecklenkamp.
Tot nu toe was Gert Jan Roelofs de enige groene beheerder van het landgoed Twickel. Het beheer van de bossen, natuurterreinen en het landschap van het grote en complexe landgoed stelt echter steeds hogere eisen. Ook de administratieve taken die met het beheer samenhangen zijn sterk toegenomen. Al deze werkzaamheden waren niet meer te doen door één beheerder. Daarom is besloten een tweede groene beheerder aan te stellen die samen met Gert Jan Roelofs verantwoordelijk zal zijn voor het “groene beheer” van het landgoed. Gert Jan zal zich daarbij toeleggen op het noordelijke en meest intensieve deel van het landgoed Twickel. Roy krijgt de verantwoordelijkheid voor het zuidelijk deel van het landgoed Twickel. Ook is hij verantwoordelijk voor het dagelijks beheer van het landgoed Lage ten noorden van Ootmarsum en aangrenzende terreinen in Breckelenkamp.
Roy heeft de Hogere Bosbouw- en Cultuurtechnische School in Velp afgerond. Daarna werkte Roy onder meer als projectmedewerker bij Landschapsbeheer Drenthe waar hij ruime ervaring heeft opgedaan bij het beheer van boerenerven, bos- en natuurterreinen en historische buitenplaatsen. Met name de variatie in werkzaamheden bij de Stichting Twickel, de onderlinge samenhang van cultuur en natuur, het verantwoord beheren van het landgoed en de verbondenheid hiermee spreken hem bijzonder aan.
Albert Schimmelpenninck
Uit: Twickelblad zomer 2011
De Umfassungsweg rond kasteel Twickel is sinds Pasen open voor het publiek
De Umfassungsweg is een wandelroute van ca. 9 km die de mooiste landschappen van het landgoed Twickel in een vloeiende lijn met elkaar verbindt. Vanaf Pasen staat deze route open voor de geïnteresseerde wandelaar.
Al op 16 februari werd de nieuwe wandelbrug over de Twickelervaart door de vertegenwoordigers van de provincie, het waterschap, de Regio Twente en de 3 omliggende gemeenten feestelijk geopend. Deze vormt een belangrijke schakel in de Umfassungsweg die toen echter nog niet helemaal gereed was.
De route heeft zijn naam te danken aan de Duitse landschapsarchitect Petzold die rond 1890 actief was om het landgoed van Baron van Heeckeren van Wassenaer verder te verfraaien. Het pad "omvat" het hart van het landgoed en geeft een uitstekende indruk van de verscheidenheid van het Twentse landschap. De route voert de wandelaar door het parklandschap rond het kasteel, de bossen, de halfopen weiden van de Azelermeen, over een vlonderpad door het natuurgebied Koematenveld, langs het eindpunt van de Twickelerlaan en tenslotte over de weidse Deldeneresch.
De Umfassungsweg is grotendeels aangelegd rond 1890. In 1891 overleed Petzold en waarschijnlijk is om die reden het laatste deel van de route nooit uitgevoerd. Pas in 2011 is het laatste deel met financiële steun van de provincie Overijssel en de gemeente Hof van Twente gerealiseerd. Heel kenmerkend is dat de route bijna uitsluitend vloeiende bogen kent.
De Umfassungsweg is de enige wandelroute op het landgoed die met paaltjes is uitgezet. De vorm van de paaltjes is geïnspireerd op de Jachtpalen van het landgoed. Deze van oorsprong zandstenen palen waren nodig om de jachtrechten op het landgoed veilig te stellen.
Aanwijzingen voor de wandelaar:
- het is mogelijk de route te beginnen bij het tunneltje bij Hotel De Zwaan of tegenover de Watertoren aan de weg naar Borne. Hier staan informatieborden.
- de route kan het best tegen de wijzers van de klok gelopen worden door de paaltjes te volgen.
- de bewegwijzering is alleen in die richting goed zichtbaar.
- delen van de route zijn uitsluitend geschikt voor wandelaars.
- in verband met de aanwezigheid van vee en kwetsbare natuur zijn honden op sommige delen van de route niet toegestaan (ook niet aangelijnd)
- onderweg zijn er alleen in de directe omgeving van Delden horecavoorzieningen.
Van de rentmeesterij
Pact van Twickel laat eerste resultaten zien
Op 16 februari werd de nieuwe brug over de Twickelervaart door oud-voorzitter Krudop geopend. Deze brug is een belangrijke schakel in de Umfassungsweg die met Pasen helemaal compleet moet zijn. De Umfassungsweg is het eerste uitvoeringsproject van het Pact van Twickel, een intentieovereenkomst die twee jaar geleden werd gesloten door de Provincie Overijssel, het Waterschap Regge en Dinkel, de Regio Twente, de gemeenten Hof van Twente, Hengelo en Borne en uiteraard de Stichting Twickel. Het Pact van Twickel beoogt het landgoed Twickel te versterken maar ook de recreatieve betekenis te bevorderen. Het completeren van de Umfassungsweg, die in een ruime boog van ca. 9 km om kasteel Twickel loopt, past daar goed in.
Ook op andere fronten wordt hard gewerkt aan uitvoeringsprojecten van het “Pact”. Zo gaf de provincie onlangs het groene licht voor een belangrijke ontwikkeling langs de Hagmolenbeek ten zuidwesten van Beckum. Dat betekent dat er middelen vrij komen om twee melkveebedrijven te verplaatsen en de vrijkomende gronden in te zetten voor natuurontwikkeling. Ook kan hierdoor de verkaveling voor de achterblijvende melkveebedrijven verbeterd worden.
Een derde voorbeeld is het Overpark, het parkgebied dat tegenover Kasteel Twickel ligt. Landschapsarchitect Michael van Gessel heeft voor dit geliefde wandelgebied een herstelplan gemaakt. Dankzij het budget van het “Pact” kan dit hopelijk nog dit jaar in uitvoering worden genomen. Elders in dit Twickelblad vindt u meer informatie over de voltooiing van de Umfassungsweg en het herstel van het Overpark.
Tegen de tijd dat u dit leest zijn de Statenverkiezingen achter de rug. Dat betekent ook dat er een nieuw college van Gedeputeerde Staten aan zal treden. Het is al wel duidelijk dat gedeputeerde Piet Jansen daarin niet zal terugkeren. Hij was de laatste tijd de voorzitter van de stuurgroep Pact van Twickel. Een woord van dank voor zijn inzet voor Twickel en die van de Provincie Overijssel is zeer op zijn plaats. Wij vertrouwen er op dat ook het nieuwe college met volle kracht zal helpen het uitvoeringsplan van het Pact te realiseren.
Albert Schimmelpenninck
Uit: Twickelblad voorjaar 2011
Krudopbrug blikvanger in Umfassungsweg
Ruim honderd jaar na het begin van de aanleg is de Umfassungsweg bijna voltooid. Het 9 kilometer lange pad voert wandelaars door verschillende landschappen rond het kasteel. De “Krudopbrug”, die half februari in het bijzijn van genodigden geopend werd, is een onmisbare en opvallende schakel.
Door het leggen van de laatste planken is de brug over de Twickelervaart officieel opgeleverd. De robuuste houten brug is ontworpen door landschapsarchitect Michael van Gessel, die ook heeft getekend voor de voltooiing van de Umfassungsweg. De 6 tot 12 meter lange brugpijlers zijn gemaakt van tropisch hardhout, het eikenhout van het brugdek en – leuningen is afkomstig uit de bossen van Twickel.
Naamgever Edzard Krudop, oud-voorzitter van Stichting Twickel, mocht de eerste plank leggen, waarna de vertegenwoordigers van de partijen uit het Pact van Twickel zijn voorbeeld volgden. Dat de Umfassungsweg in omvang slechts het kleinste project van het Pact is, maakt het project niet minder belangrijk. “We zijn trots en blij dat we iets kunnen laten zien”, zei voorzitter Maurits Van den Wall Bake van de Stichting Twickel. Gedeputeerde Piet Jansen van de provincie Overijssel gaf aan dat de Umfassungsweg goed bijdraagt aan de landschappelijke en recreatieve doelen van het Pact. “Bewaren is ook ontwikkelen. De route wordt niet alleen hersteld maar ook afgemaakt.” Dat gebeurt dan 120 jaar na aanvang van de werkzaamheden, destijds volgens een ontwerp van de Duitse landschapsarchitect Eduard Petzold. “De Betuwelijn is er niets bij”, zei Piet Jansen met een knipoog, verwijzend naar de lange wordingsgeschiedenis. Jansen, die niet terugkeert als provinciaal politicus, gaf aan blij te zijn met de bijdrage die Twickel levert aan provinciale doelen op het gebied van cultuurhistorie, water, landbouw en recreatie. Hij riep de omliggende gemeenten op om behoedzaam om te gaan met het landgoed Twickel. “Je kunt de kip met gouden eieren maar één keer slachten, maar als je er goed voor zorgt, blijft ze gouden eieren leggen.”
Overigens is de 9 kilometer lange wandelroute nog niet volledig voltooid. Direct na de Krudopbrug moet nog een vlonderpad door het Koematenveld worden aangelegd en ook aan de achterzijde van het Huispark moeten nog enige werkzaamheden verricht worden. Op 24 april, 2e paasdag, zal de complete Umfassungsweg voor het eerst open worden gesteld voor het publiek. Er zijn 3 startpunten: bij de Landgoedwinkel, bij hotel de Zwaan en tegenover de watertoren. De route is via Twickel-palen bewegwijzerd en is bedoeld om tegen de wijzers van de klok te worden bewandeld. Delen van het pad zijn alleen toegankelijk voor voetgangers zonder honden.
Martin Steenbeeke
Uit: Twickelblad voorjaar 2011
Herstelplan voor het Overpark
Het Huispark vormt samen met het Overpark de directe omgeving van Kasteel Twickel. Het Huispark ligt ten westen van de Twickelerlaan en het Overpark ten oosten van deze laan. Landschappelijk gezien lopen beide echter in elkaar over. Vanuit het Huispark zijn er zichtlijnen naar het Overpark en omgekeerd. Na de uitgebreide herstelwerkzaamheden in het Huispark is het nu de beurt aan het Overpark. Ook hier is sinds de tijd van landschapsarchitect Petzold de oorspronkelijke aanleg vervaagd door het ouder en groter worden van beplantingen, het verloren gaan van bomen (o.a. door stormen) en beperkt onderhoud. De aanleg van de Rondweg Delden heeft voor een grote verstoring van dit deel van de parkaanleg gezorgd.
Tijd dus voor een flinke opknapbeurt. Naast het herstellen van vele paden en boomgroepen biedt die ruimte voor enkele nieuwe toevoegingen en wijzigingen. De ingrepen zijn misschien niet zo groot maar het gaat om een flink gebied zodat het toch een groot werk wordt.
Enkele van de meest opvallende maatregelen zijn:
- Het doortrekken van de laan bij de Eikelschuur in het Overpark
- Het omvormen van een strook bos langs de Twickelervaart om een verbinding te krijgen met het Kalverweitje
- Het verwijderen van een deel van de beplanting langs de parallelweg van de Rondweg zodat het afgesneden deel van het park aan de andere zijde van deze weg weer ruimtelijk deel zal uitmaken van het Overpark
- Het verwijderen van de laanbeplanting en het verleggen van het Rentmeesterslaantje
- Het vervangen van circa 10 voetbruggen o.a. bij het “Kreeftengat”
Uit: Twickelblad voorjaar 2011
Nieuwe Beheerder Buitenplaats
Rob Bloemendal (1964) is aangesteld als nieuwe Beheerder van de Buitenplaats. Hij heeft jarenlang als manager en adviseur in het bedrijfsleven gewerkt. Enkele jaren geleden is hij als historicus afgestudeerd en heeft hij zijn adviespraktijk deels verlegd naar de culturele sector. Zo was hij onder andere werkzaam voor Paleis Soestdijk en andere erfgoedinstellingen. Sinds begin februari is hij werkzaam op Twickel en het bevalt hem uitstekend. “De indrukken zijn overweldigend. Collectie, vrijwilligers, medewerkers, park, tuin, archief, natuur; wat een veelzijdige functie in een schitterende omgeving. Ik voel me bevoorrecht. Toch heeft de buitenplaats ook de kenmerken van een ‘gewone’ organisatie, met personeelsbeslommeringen, automatiseringsuitdagingen en begrotingen. Aan mij de taak om vooral ook de organisatie van de buitenplaats geolied te laten lopen, zodat al dat moois bewonderd en behouden kan blijven.” Rob Bloemendal wil de komende periode speciale aandacht geven aan het vrijwilligersbeleid, de geautomatiseerde registratie van de kunstcollectie en het collectieplan.
Uit: Twickelblad voorjaar 2011
Uit: Twickelblad winter 2010
Als een lange spaghettisliert slingert de 70 kilometer lange mountainbikeroute zich over het landgoed. Van Azelo in het noorden, tot Beckum in het zuidelijk deel, met daartussen vele verbindingslussen waardoor ook kortere rondes gereden kunnen worden. De route voert langs weilanden en door bosgebieden en maakt grotendeels gebruik van bestaande (zand)paden en wegen. Uit de eerste reacties van mountainbikers blijkt de Twickelroute in de smaak te vallen. Aan de eerste grote toertocht op 31 oktober namen ongeveer 800 enthousiaste mountainbikers deel. “De mountainbikers zijn zeer te spreken over de technische moeilijkheidsgraad. Dat hadden ze niet verwacht in zo’n vlak deel van Twente. Verder staan ze te kijken van de landschappelijke schoonheid”, zegt René Schabos, die het initiatief heeft genomen voor de aanleg van de route. Menig mountainbiker heeft na voltooiing van de route ‘de knollen op’. ”De route is zo lang en zwaar dat ook geoefende mountainbikers er een hele kluif aan hebben”, vertelt Schabos.
Single tracks
Op sommige plaatsen is handig gebruik gemaakt van ophogingen, zoals een wegtalud van de snelweg A1. Over een lengte van 12 kilometer zijn nieuwe, aparte paden aangelegd; een klus waar een kraanmachinist zeven weken aan een stuk mee bezig is geweest. De zogeheten ‘single tracks’ zijn deels verhard met een leemgrindmengsel (gralux). Dit voorkomt dat de smalle en bochtige paden snel kapot gereden worden en moutainbikers hun weg buiten deze paden gaan zoeken. Ook zijn er speciaal voor de mountainbikeroute vier bruggen en een vlonder gebouwd. Het benodigde hout is, net als dat van de 330 routepaaltjes, afkomstig uit de zagerij van Twickel. De mountainbikers hebben bij de aanleg op vrijwillige basis de handen uit de mouwen gestoken Zij hebben gezaagde takken en boompjes weggesleept, paden geëgaliseerd en uitstekende wortels weggeknipt. Ook het toekomstige onderhoud is voor rekening van vijf wielerverenigingen. RTC Hengelo, RTC Borne, ATV Ruiten Drie (Almelo), DFC de Twickeltrappers en de triatlonvereniging Trios uit Borne hebben elk een strook van ongeveer vijftien kilometer ‘geadopteerd’.
Duurzaam
De route volgt zoveel mogelijk de randen van het landgoed en vermijdt het kerngebied van Twickel, waar veel wandelaars komen, en kwetsbare natuur- en stiltegebieden. “Mountainbikers hadden liever nog wel een paar doorsteken gezien maar door de route zoveel mogelijk parallel aan bestaande verbindingen te laten lopen, is er de minste verstoring”, legt bosbaas Roelofs uit. Hiermee probeert Twickel een balans te vinden tussen de vele belangen die op het landgoed spelen. De mountainbikers hebben een eigen tracé over openbare wegen en de singletracks. Daartegenover staat dat ze geweerd worden op de voetpaden die over het landgoed lopen. De meest waardevolle natuurterreinen zijn ontzien. Bij de uitvoering van de werkzaamheden is gewerkt volgens de richtlijnen uit de Flora en Faunawet, die een zorgvuldige omgang met de planten en dieren in het buitengebied verzekert. Nu al is duidelijk dat plaatselijk verbeteringen nodig zullen zijn. Natuurliefhebber en “groot liefhebber van Twickel” Han Brinkcate uit Delden heeft in een ingezonden brief in het Hofweekblad zijn bezorgdheid geuit over de gevolgen van de aanleg. Niet alleen dieren en planten zullen volgens hem schade ondervinden van de route, maar hij verwacht ook letterlijk en figuurlijk botsingen tussen mountainbikers en andere recreanten. Twickel, dat volgens hem tot dusver altijd streng en terughoudend is geweest ten opzichte van recreatief medegebruik van het landgoed, is volgens Brinkcate “van zijn geloof gevallen”. Nadat initiatiefnemer René Schabos hem via een open brief had opgeroepen om met zijn kritiek niet langs de kant te blijven staan maar samen te werken aan verbeteringen, volgde er een overleg tussen Gert-Jan Roelofs, Han Brinkcate en René Schabos. Hierin is afgesproken dat er samen zal worden gewerkt om knelpunten uit de weg te ruimen. Mogelijke schade aan bijvoorbeeld een kikkerpoel en hazelwormenpopulaties zal samen worden geïnventariseerd. Bovenal is geconstateerd dat de verschillende gebruikers op het tracé respect voor elkaar moeten tonen. Dit zal via bordjes worden gestimuleerd.
Verbinden
Uit: Twickelblad winter 2010
Collectie Kakiemon porselein ongekend zeldzaam en omvangrijk
In Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden is van 13 december tot 3 april de Tentoonstelling Kakiemon: Meester-porseleinmakers uit Japan te zien. Hier wordt een overzicht van de Kakiemon-collecties in Nederland gegeven, aangevuld met hedendaags Kakiemon uit Japan. Ten behoeve van deze tentoonstelling heeft Twickel stukken uit de eigen collectie in bruikleen gegeven.
Kakiemon werd als hoogwaardige porseleinsoort herkend. We kunnen aannemen dat men in de hogere klassen goed op de hoogte was van de verschillende soorten. We moeten niet vergeten dat men gewend was aan porselein, dat immers al sinds het begin van de 17de eeuw in het Nederlandse interieur aanwezig was. Echter, voor 1670 was dat bijna uitsluitend blauwwit porselein en het waren nu juist de heldere kleuren die Kakiemon zo bijzonder maakten. Kakiemon was dan ook een geliefd verzamelobject aan de Europese hoven: Stadhouder Willem III en zijn gemalin Mary Stuart hadden het in hun verzameling, maar het was ook te vinden in de huizen van de Duitse leden van de Oranjes, zoals in Oranienstein of Charlottenburg. Er was een ware manie voor porselein in het interieur.
Haags huis
De familie Van Wassenaer, die zich dicht bij het hof bewoog, was zeker op de hoogte van de porseleinmode. Al bij het huwelijk van Jacob IV in 1676 is het duidelijk dat er een modieuze porseleinopstelling is. De inventaris van zijn huis aan de Kneuterdijk in Den Haag vermeldt uit dat jaar een lijst van meer dan 100 stukken en verder dat die verzameling staat, op ‘de camer booven aan straet’, waar ‘de schoorsteen [is] verciert met porcelaine’. De mode om porselein zo op te stellen, was toen juist ontstaan. Het is duidelijk is dat men goed op de hoogte was en dat het Haagse huis als representatief verblijf was ingericht.
Dat gold eens te meer voor het nieuwe onderkomen dat Jacobs zoon Johan Hendrik door Daniël Marot liet ontwerpen, een stadspaleis dat de politieke ambities van de van Wassenaars onderstreepte. Uiteraard moest daar een nieuw, passend interieur in komen en nadat de oude boedel in 1715 geveild was, besteedde Johan Hendrik de rest van zijn leven om de Kneuterdijk in te richten met een indrukwekkende verzameling kunst. Ook op het gebied van porselein liet hij zich niet onbetuigd. In de verzameling nota’s die er van hem bewaard zijn gebleven, zitten de aanwinsten van 202 stukken porselein, die hij voor in totaal 5.600 gulden verwierf. Het hier afgebeelde voorbeeld voor de aankoop van ‘11 schotels extra oud Japans coeleurd Porcelijn’ verwijst vrijwel zeker naar Kakiemon porselein. Het vertelt ons tegelijkertijd hoe duur Kakiemon rond 1730 nog was, gegeven het gemiddelde jaarinkomen van een ongeschoolde arbeider van rond de 450 gulden.
Veiling
De Kneuterdijk-verzameling werd in 1750 voor een deel verkocht om de schulden te betalen die Johan Hendrik na zijn dood had achtergelaten. De volgende bewoner, zijn neef Jacob Jan, veilde in 1769 een volgend deel, waarschijnlijk om zijn extravagante levensstijl te bekostigen. De catalogus van die veiling bevat veel porselein en is ongewoon precies in de omschrijvingen. De helft van het Japanse porselein was in Kakiemon stijl, aangeduid als ‘Oude gecouleurde Japansche porceleinen van de eerste classe’. Maar liefst elf bestaande voorstellingen kunnen uit de beschrijvingen afgeleid worden, zoals nummer ‘65. Twee agtkantige Kommen, van binnen met Rietbossen en bloemwerk.’ Hiervan is in de collectie van Twickel een exemplaar overgebleven.
De vraag rijst waar de grote Twickel verzameling van Kakiemon vandaan kwam. De Kneuterdijk is ondanks de veiling van 1769 een goede kandidaat. We weten dat er ook na die datum nog een enorme hoeveelheid in het huis over bleef. Toen het huis in 1816 werd verkocht en de inventaris werd opgemaakt, telde de inboedel maar liefst 2.500 stukken. Met het overplaatsen daarvan naar de andere huizen in het familiebezit kon vast niet alles ondergebracht worden, maar het is goed mogelijk dat bijzondere stukken behouden werden.
Erfenissen
Een andere bron is het bezit van Jacoba Elisabeth van Strijen. Zij bracht omvangrijke erfenissen mee toen zij in 1767 met Carel George trouwde. Het restant van het wapenservies op Twickel met het wapen van de Van Bambeeck familie is welhaast zeker uit haar bezit afkomstig. Het Kakiemon porselein kan evengoed via deze weg Twickel zijn binnen gekomen.
In ieder geval kan geconcludeerd worden dat de Kakiemon verzameling een oude is. Er zijn sets van theegerei en borden, vaak in verschillende maten en soms in grote hoeveelheden. Dergelijke aantallen kunnen gekocht zijn hetzij toen Kakiemon nieuw was in de late 17de eeuw, hetzij in de 18de eeuw, toen 17de-eeuwse boedels op de markt verschenen. Het is vrijwel uitgesloten dat ze nadien zijn verworven. Porseleinverzamelingen waren toen verspreid geraakt en bovendien wijst niets op interesse voor oud porselein bij de latere bewoners.
Ongekend
Een verdere reden is het voorkomen van stukken die in Japanse smaak zijn versierd, niet bestemd voor export naar Europa. Die kwamen in de 17de eeuw maar mondjesmaat naar Nederland en moeten erg exclusief zijn geweest. Die groep, samen met de sets van borden en theegerei, maakt het assortiment heel uitzonderlijk. De meest verwante verzameling is die van Burghley House in Engeland. De Twickel-collectie is daarmee van een ongekend zeldzame samenstelling en omvang, die in Nederland, maar eigenlijk ook daarbuiten, zijn weerga nauwelijks kent. De overzichtstentoonstelling in Leeuwarden biedt een uitgelezen kans om met deze en andere Kakiemon-collecties kennis te maken.
Menno Fitski
Conservator Oost-Aziatische kunst, Rijksmuseum Amsterdam
Uit: Twickelblad winter 2010
Uit: Twickelblad winter 2010
Een laan met een verhaal
'Oral history’ was vroeger een niet zo gebruikelijk wijze van geschiedschrijving. Dat mondelinge verhalen, opgetekend uit de mond van de ‘gewone man’, op steeds meer bijval kunnen rekenen, bewijst het boek “Herinneringen aan de Twickelerlaan”. De schrijvers Gert Banis, Aafke Brunt en Jan Hakstegen combineren archiefonderzoek met veldwerk, door de verhalen van Twickelerlaanbewoners en andere betrokkenen op te tekenen. De lezer wordt meegenomen naar bekende en minder bekende historische plaatsen langs de laan.
De reis begint in het eerste hoofdstuk met een gebiedsomschrijving en een uitgebreid historisch overzicht. Een stukje verder wordt stilgestaan bij de historie van de wegen en waterwegen. De twee vijvers Lepel en Vork en de Dikke Steen van Azelo komen hier ook aan bod. Bij de beschrijving van de diverse erven rondom de Twickelerlaan valt allereerst op hoeveel erven verdwenen zijn. De gedetailleerde beschrijvingen van overgebleven aanliggende Twickelboerderijen zijn zeer de moeite waard, te meer omdat de schrijvers uniek fotomateriaal wisten op te sporen tijdens hun onderzoek.
Wichelroedelopen
Behalve de boerderijen behandelen de schrijvers ook de woonhuizen rondom de Twickelerlaan. Zowel de bouwgeschiedenis als de bewonersgeschiedenis van de individuele gebouwen komt uitgebreid aan bod. Ook hier treft de lezer prachtige illustraties zoals een foto van het met klimop overwoekerde betaalkantoor tegenover het kasteel. Uiterst boeiend is het minder bekende relaas van de laatste bewoners van het in 1970 verdwenen houten huis Padox aan de Twickelerlaan, ooit gebouwd als een tijdelijk onderkomen voor Engelse timmerlieden die in de jaren twintig aan een verbouwing van het kasteel werkten.
Noaberschap
Met enige weemoed blikken bewoners in het hoofdstuk ‘Noaberschap’ terug op de verdwenen wereld van hun jeugd. In de eens zo verzuilde, maar duidelijke wereld van toen, wist iedereen wat hem of haar te doen stond in de omgang met de ‘noabers’. Nu lijkt de typische plattelandscultuur met haar noaberplicht bij geboorten en sterfgevallen verder weg dan ooit. Vermakelijke anekdotes over verdwenen tradities opgetekend uit de monden van bewoners, brengen deze wereld even terug.
Verderop komen we de kasteelboerderij, de huidige rentmeesterij, tegen. In de bloeitijd aan het begin van de vorige eeuw blijken op de kasteelboerderij ooit 25 personeelleden te hebben gewerkt waaronder staljongens, melkers en voerlieden. Het was meer dan een productiebedrijf voor eigen gebruik; het fungeerde ook als voorbeeldbedrijf voor de pachtboeren. Ook hier bieden de persoonlijke getuigenissen van oud-personeelsleden en bewoners weer boeiend leesvoer. Door de steeds hoger geworden personeellasten floreerde het bedrijf in de jaren zestig steeds minder tot dat het uiteindelijk werd afgebouwd. In 1993 werd de kasteelboerderij grondig verbouwd tot rentmeesterskantoor. De nabijgelegen rijstal Roodenburg en de folkloristische dansgroepen in de schaapskooi vormen uiteraard ook een onderdeel van dit boek. Menigeen heeft daar als kind paard gereden of gedanst bij de kinderdansgroep ‘De Rappe Klömpkes’.
Bouwelementen
Aan de moestuin van Twickel wordt uiteraard ruim aandacht geschonken. Na het overlijden van de barones was de moestuin in verval geraakt. Dankzij de inzet van vele vrijwilligers is de moestuin gelukkig weer herboren. In 1992 werd met een grondig herstelplan voor de moestuin begonnen. Naast allerlei wetenswaardigheden over de prachtige kassen is ook hier weer ruimte voor opmerkelijke, persoonlijke verhalen van oud-personeel. In het hoofdstuk Laan en Bos bespreken de schrijvers naast de historie van de laanbeplanting ook de noodzakelijke verjonging. Oud-medewerkers van de tuin- en bosploeg herinneren zich maar al te goed het wekenlang bladharken in de herfst. Vanaf de Hengelosestraat tot aan de twee vijvers de Lepel en de Vork moest de laan bladvrij worden gemaakt.
Persoonlijke belevenissen van Twickelerlaanbewoners kleuren ook de bewogen oorlogsdagen in. Over bezetting en bevrijding zijn uiteraard veel historische feiten bekend, maar over persoonlijke ervaringen van mensen tijdens de bezetting veel minder. Verschillende ooggetuigen verhalen in “Herinneringen aan de Twickelerlaan” over het dagelijkse leven aan de Twickelerlaan in die tijd. De reis eindigt bij de rondweg die begin jaren zeventig werd gerealiseerd. Door deze dramatische ingreep zou de verbinding tussen Stad Delden met het landgoed schijnbaar voorgoed worden afgesneden.
Inspiratiebron
“Herinneringen aan de Twickelerlaan”biedt een caleidoscoop van minigeschiedenissen, die telkens in breder perspectief worden geplaatst. Zo ontstaat een concreet en compleet beeld van het verleden van de Twickelerlaan; het verhaal achter de boerenerven en de monumenten. De specifieke herinneringen en ervaringen van de individuele bewoners van de Twickelerlaan tonen aan dat geschiedenis niet alleen in kastelen wordt geschreven, ook al was het leven en werken aan de Twickelerlaan sterk verweven met Twickel. Het is de kunst om juist het schijnbaar onbelangrijke voor het nageslacht vast te leggen. Voor heemkundeverenigingen vormt het boekje daarom een vingerwijzing en inspiratiebron hoe men een boeiende bewonersgeschiedenis van de erven van de buurtschappen zou kunnen opzetten. De schrijvers zijn erin geslaagd op een historisch verantwoorde wijze feiten en verhalen aaneen te rijgen. Kortom, ‘Herinneringen aan de Twickelerlaan’is een voorbeeld dat navolging verdient.
Maarten Hermanussen
G. Banis, A. Brunt en J. Hakstegen, Herinneringen aan de Twickelerlaan, uitgegeven door de Stichting Twickel en de vereniging Vrienden van Twickel, ISBN 978-90-815621-1- Prijs € 19,00. Het boek wordt verkocht in de Landgoedwinkel van Twickel.
Uit: Twickelblad winter 2010
Gesprek met gedeputeerde Piet Jansen: "Twickel is het groene hart van Twente"
Na jaren van plannen maken en overleg is het Pact van Twickel nu in de uitvoeringsfase beland. De komende jaren moeten de Stichting Twickel, de provincie, het waterschap en de gemeenten Borne, Hengelo en Hof van Twente gezamenlijk projecten uitvoeren die de positie van Twickel versterken. Gedeputeerde Piet Jansen trekt als voorzitter van de stuurgroep de kar.
“Volgens planning wordt in het najaar de Umfassungsweg aangelegd en nog voor het einde van het jaar hopen we die te kunnen openen. Dat is belangrijk, want dan kunnen we wat laten zien.”
Martin Steenbeeke
Uit: Twickelblad najaar 2010
Herstel rietmoeras Rijnstrangen
In eendrachtige samenwerking zijn Stichting Twickel en Staatsbosbeheer begonnen aan het herstel van het rietmoeras in het natuurgebied Rijnstrangen in de Geldersche Waard. In een gebied van in totaal vijftig hectare wordt het bos en struweel teruggedrongen zodat rietbewoners als de roerdomp en grote karekiet weer in groten getale kunnen terugkeren.
Het Rijnstrangengebied is een vijftien kilometer lang waterlint ten zuiden van Zevenaar. Het bestaat uit een aantal half dicht gegroeide vroegere rivierlopen. Tot voor kort was het één van de belangrijkste bolwerken van Nederland voor moerasvogels, met rond 1980 nog 50 paar roerdompen, 20 paar woudapen en 80 paar grote karekieten. Het gebied is daarom aangewezen als speciale beschermingszone onder de Europese Vogelrichtlijn. Tevens is het Rijnstrangengebied een kerngebied voor moerasvogels. Kerngebieden zijn grote moerasgebieden die belangrijke populaties herbergen van aandachtssoorten.
De laatste jaren is uit onderzoek gebleken dat de meest kwetsbare moerasvogels in dit gebied, roerdomp en grote karekiet, drastisch in aantallen teruglopen. Zij zijn voor hun voedsel, broed- en rustgelegenheid afhankelijk van waterriet. Herstel van het moerasgebied is daarom urgent.
Begin zestiger jaren bestonden de vegetaties in de Rijnstrangen vooral uit mattenbies, waterriet en waterplanten zoals watergentiaan. Tot dan behoorde het Rijnstrangengebied nog tot het "winterbed" van de Rijn. Bij hoge waterstanden stortte het Rijnwater zich met geweld over de Spijkse Overlaat en stroomde vervolgens door de Rijnstrangen om bij Kandia in het Pannerdens Kanaal uit te komen. In deze periode werd de Spijkse Overlaat echter gesloten en bij Kandia een gemaal gebouwd. De doorstroming verminderde en de dynamiek nam sterk af. Hierdoor begonnen de strangen te verlanden. Verlanding en dichtslibbing leverden aanvankelijk een vergroting van het oppervlak aan waterriet, liesgras en rietgras op, wat vooral ten koste ging van het aandeel mattenbies. Door verdergaande successie van riet naar bos zijn deze vervolgens weer in oppervlakte afgenomen. Nu bestaat een groot aandeel uit bos, struweel, verruigd riet en droge gesloten rietvegetaties.
Herstel van een grootschalig rietmoeras ten behoeve van de kwetsbare moerasvogels is kansrijk. Hiervoor dient met 'cyclisch beheer' de opslibbing en successie te worden teruggezet. Door Staatsbosbeheer en de Stichting Twickel zijn deelgebieden vastgesteld waar maatregelen het meeste effect hebben. De werkzaamheden bestaan voornamelijk uit rooien van hout, klepelen/opruimen van rietgewas, uitgraven van slib en het aanbrengen en verwijderen van rasters en dergelijke.
De totaal in te richten gebieden beslaan een oppervlakte van ca 50 ha. Hiervan neemt Twickel 13,3 hectare voor zijn rekening. In drie fases wordt telkens een deel van het gebied onder handen genomen. In verband met het broedseizoen concentreren de werkzaamheden zich in het najaar en de winter. Zo worden tijdelijke negatieve ecologische effecten voor met name vogels en amfibieën geminimaliseerd. De eerste fase is nu in uitvoering. Vooralsnog wordt er van uit gegaan dat de tweede en derde fase in respectievelijk 2011 en 2012 worden uitgevoerd.
Een andere belangrijke maatregel is het vergroten van de oppervlakte water en moeras door afgraven van de klei in de Kleine Gelderse Waard. Dit project is eerder beschreven in het Twickelblad.Beide projecten moeten er toe leiden dat de oppervlakte rietmoeras en de daarbij passende avifauna sterk toenemen.
Het project Herstel Rietmoeras Rijnstrangen maakt onderdeel uit van een beleidsprogramma van de provincie Gelderland om de milieukwaliteit te verbeteren. Het Rijnstrangengebied is opgenomen op de TOP –lijst antiverdroging en aangewezen als milieuherstelgebied.
Twickel en Staatsbosbeheer zijn de belangrijkste grondeigenaren in dit gebied. Dienst Landelijk Gebied is namens de provincie en Staatsbosbeheer bij het project betrokken.
Wilke Schoemaker, beheerder Gelderse bezittingen
Uit: Twickelblad najaar 2010
Jacob Derk Carel baron van Heeckeren van Wassenaer is niet langer een relatief onbekende heer van Twickel. Dat is te danken aan Jan Haverkate en Aafke Brunt. Zij schreven in opdracht van Stichting Twickel een boek over zijn leven. ‘Tussen twee tijden, Twickel in de negentiende eeuw’ is afgelopen september, na twee jaar onderzoek gepresenteerd. Het schetst niet alleen het leven van JDC (1809-1875) maar geeft ook een blik op de grote veranderingen in die tijd.
Het is pure nieuwsgierigheid die aan de basis heeft gestaan van de totstandkoming van het boek, zegt Jan Haverkate. Ruim twee jaar geleden werd de journalist door Christian Castell benaderd. Er waren al wel enkele voorbereidende artikelen over JDC geschreven, maar nog onvoldoende voor een boek. Aanvankelijk voelde Haverkate er met het oog op de hoeveelheid werk weinig voor het boek te vervolmaken (‘een boek schrijven is toch twee jaar gevangenschap”) maar een opmerking van Castell trok hem over de streep. “Hij had brieven gelezen van JDC aan zijn kinderen en vroeg mij of ik het ook zo’n nare man vond. Toen realiseerde ik me dat ik eigenlijk weinig van hem wist. Daarnaast werd ik getrokken door het feit dat Carel veel moeite heeft gedaan om documenten te vernietigen. Dat maakte me extra nieuwsgierig.”
Samen met archivaris Aafke Brunt van het Huisarchief Twickel kleurde hij het leven in van een relatief onbekende heer van Twicke. “Van zijn echtgenote Cornélie, een boeiende persoonlijkheid, was al veel bekend maar dat gold niet voor JDC”, zegt Aafke Brunt. Haverkate en Brunt baseerden zich niet enkel op al bekende gegevens maar deden nieuw onderzoek in primaire bronnen, zoals brieven, dagboeken, preken, notulen en talloze andere documenten. “Veel materiaal is wel geïnventariseerd maar nog niet gelezen”, licht Aafke Brunt toe.
Het boek reconstrueert in 24 hoofdstukken het leven van JDC, ingeleid door scènes uit zijn leven met een belangrijke rol voor personen die dicht bij JDC stonden, zoals rentmeester Wilterdink en kamerdienaar Bitter. Ook zijn de belangrijkste maatschappelijke veranderingen van de negentiende eeuw in kaart gebracht. Belangrijke bron van informatie vormden de in totaal twintig jaaragenda’s die van baron Van Heeckeren bewaard zijn gebleven. De baron vulde deze boekjes met notities, afspraken, persoonlijke besognes en observaties. Op 24 maart 1865 was het zeer koud. ‘Het ijs van de winter zit nog in de gracht.’ Een opmerkelijke, onverwachte vondst werd gedaan in het archief van Huis Ruurlo. Hierin troffen Haverkate en Brunt brieven van Marie Cornélie aan, waardoor meer duidelijk is geworden over de achtergronden van het opmerkelijke huwelijk tussen de tien jaar oudere Cornélie en JDC. Haverkate en Brunt hebben de indruk dat het in 1831 gesloten (gearrangeerde) huwelijk een platonische relatie moet zijn geweest. “Uit de brieven blijkt dat zelfs Cornélie het een vreemd huwelijk vond.” Nieuwe inzichten zijn er ook over de doodsoorzaak van JDC. Hij is waarschijnlijk overleden aan de gevolgen van een infectie, opgelopen door gebruik van een metalen katheter.
JDC is de geschiedenisboeken ingegaan als een man die zijn stempel op Twickel heeft gedrukt door ondermeer de uitbreiding van grondgebied en kasteel. Ook maakte hij volop gebruik van de nieuwe ontwikkelingen in de negentiende eeuw, zoals de spoorweg. “Er is niemand op Twickel die zoveel gereisd heeft als JDC”, zegt Haverkate. Het imago van vernieuwer wordt door de auteurs genuanceerd. De uitbreiding van het grondgebied was een gevolg van de wettelijke markeverdeling en de invloed van Cornélie op de uitbreiding van kasteel en tuin was groot. En zijn reizen waren niet zozeer bedoeld om de nieuwe wereld te ontdekken maar om weg te zijn uit de oude en het keurslijf in Nederland, concluderen Haverkate en Brunt. “Het was een vorm van escapisme”. JDC was getrouwd omwille van het familiebelang, had zijn functies in het openbare leven nooit echt geambieerd en werd geplaagd door depressies. Zijn tweede huwelijk, met Isabelle, kende veel conflicten omdat JDC de ouderrol monopoliseerde. Maar dat hij strenge brieven schreef naar zijn kinderen, maakte hem volgens de auteurs nog geen ‘nare man’. “Hij wilde juist het beste voor ze, had een zachte inborst.”
Martin Steenbeeke
Aafke Brunt en Jan Haverkate,
Uit: Twickelblad najaar 2010
Schilderijencollectie Van Heeckeren tijdelijk verenigd in Den Haag
Het Haags Historisch Museum organiseert in nauwe samenwerking met de Stichting Twickel van 23 oktober 2010 tot en met 6 februari 2011 een tentoonstelling van de door J.D.C baron van Heeckeren van Wassenaer bijeengebrachte schilderijen. Zijn schilderijencollectie was verdeeld over zijn huizen in Den Haag, Dieren en Delden en viel na zijn dood door vererving uiteen. Door de tentoonstelling in Den Haag is een groot deel van zijn collectie na bijna honderdvijftig jaar weer met elkaar verenigd.
Bij alle aandacht die J.D.C. baron van Heeckeren van Wassenaer dit jaar ten deel valt, blijft één aspect van zijn leven misschien nog wat onderbelicht, namelijk het feit dat hij naast Deldenaar vooral ook Hagenaar was. Kasteel Twickel was zijn buitenverblijf, maar de baron verbleef het meest van zijn tijd in zijn woning aan het Lange Voorhout in Den Haag. In dat kolossale woonhuis huisvestte hij een gedeelte van zijn bijzondere schilderijencollectie.
Uit de eigen collectie van het museum worden enkele geschilderde portretten getoond die de relatie van de baron met de Oranjes illustreren. Zo onderhield baron van Heeckeren nauwe contacten met prins Frederik die ‘om de hoek’ op het Korte Voorhout woonde. Bovendien bezat de prins in Wassenaar het buitenverblijf De Paauw, waar hij graag verbleef. Prins Frederik woonde geregeld in de Wassenaarse Dorpskerk de dienst bij, waar hij dan gezeten was in de ‘Herenbank’ van baron van Heeckeren van Wassenaer. Van Heeckeren had na zijn huwelijk met Cornélie van Wassenaer niet voor niets haar familienaam bij de zijne gevoegd. Het was een verwijzing naar de herkomst van de goederen die hij na zijn huwelijk beheerde én het gaf aan dat hij ambachtsheer van het dorp Wassenaar was. Daar mocht de baron zich ook eigenaar van veel onroerend goed noemen: het landgoed Zuidwijk, het Baljuwhuis (Plein 1) en een aantal boerderijen en landerijen. Deze behoren ook nu nog tot de bezittingen van de Stichting Twickel. Op de tentoonstelling wordt ook aandacht aan deze band met Wassenaar besteed.
Kunstzaal
De tentoonstelling wordt gehouden op de eerste verdieping van het museum. Een grote zaal fungeert als Kunstzaal: hier worden de schilderijen van de baron op negentiende-eeuwse wijze (dat wil zeggen: veel bij elkaar) getoond. In drie kleinere zalen wordt het leven van de baron nader toegelicht, soms in de vorm van een interieursuggestie.
Voor wie meer over de ‘Haagse’ kanten van baron van Heeckeren wil weten, is een bezoek aan de tentoonstelling zeker aan te raden. Misschien is het leuk te weten dat het museumgebouw aan de Korte Vijverberg in de tijd van de baron een uiterst deftig hotel was, waar ook tal van Overijsselse edelen en andere notabelen logeerden. Het vroegere huis van de baron bevindt zich op loopafstand. Eén blik op de gevel is voldoende om te beseffen dat hier een van de rijkste mensen van zijn tijd woonde.
Robert van Lit, conservator Haags Historisch Museum
Uit: Twickelblad najaar 2010
Op donderdag 21 januari 2010 is de bewoner van kasteel Twickel, Christian Graaf zu Castell - Rüdenhausen op 57 jarige leeftijd overleden. Sinds 1982 woonde hij met zijn gezin op het kasteel. Hij was een achterneef van de laatste eigenaresse van Twickel, Baronesse van Heeckeren van Wassenaer die in 1975 overleed.
“Meer het hart dan de Heer van Twickel”
Op 21 januari overleed Christian Graf zu Castell – Rüdenhausen. De begrafenisplechtigheid werd bijgewoond door honderden familieleden, vrienden en bekenden. Tijdens de Dankdienst in de Oude Blasius in Delden sprak voorzitter Maurits van den Wall Bake van de Stichting Twickel onderstaande woorden.
Na die stralende zomer van vorig jaar was Christian er ook bij in Wörlitz en Dessau in Duitsland, waar wij met alle medewerkers het 25-jarig jubileum van de rentmeester vierden. Maar toen was Christian haast te "aloof". Hij maakte zich haast onzichtbaar. Wij begonnen ons zorgen te maken. En die zorgen bleken helaas gegrond. Christian begon aan de laatste, niet meer leuke, maanden van zijn leven.
Uit Twickelblad, voorjaar 2010